zeeën van tijd


 
 
noordpool
 
 

zondagochtend, ameland. na het uitchecken voelen we ons ontheemd, met elk slechts een fiets, bagage, een bootkaartje en elkaar. we willen nog niet terug en gaan fietsdwalen. via een bos komen we bij de noordpool. wel, bij een duin met een bord dat zegt: voor je slechts water. loop of zwem door en niets dan water tot de noordpool. vóór ons een immense vlakte aan strand, daarachter een klein scherp randje donker water met witte kabbeltjes, erboven een helblauwe lucht. het noorden begrenst zich in kleuren en vormen. land en water, lucht en zon.

we lopen het duin af richting noordpool. zo ver dat na tien minuten lopen pas we die hele strandwoestijn over zijn en kunnen pootjebaden en tot onze enkels en nog dieper naderen we de noordpool. maar het is kwallenweer, en zo kijken we nog wat naar alle krabbetjes en schelpdiertjes en de jan van genten en een roofvogel op een zandbank, maar laten de noordpool verder voor en achter ons, voor een volgende keer.

zondagmiddag, ameland. nu gewend aan het zwerversbestaan drinken we koffie verkeerd op een terras. een zee van tijd. dan een rosé. maar de dwaallust bevangt ons en we gaan verder. het dorp door en uit, grasland met paarden, een ander dorp in en door en uit en weer grasland met paarden. de zeedijk. ik vermoed daarachter de zuidpool en denk 'wat is een eiland toch bijzonder'. we fietsen omhoog en zien niet de zuidpool. we zien niets. en alles.

zee en lucht hebben de liefde bedreven denk ik, ze zijn één in een soort van grijs dat niet grijs is maar kleurloos en helder en wazig tegelijk. ik kijk even in mijn tas voor water, kijk weer op en mijn lief is verdwenen in dat wat oorsprong en einde van alles lijkt. ik wil hem niet kwijt dus loop ik naar waar ik hem het laatst zag.

zeevantijd

tussen de zwarte keien van de dijk ligt een trappetje. een trappetje het niets in en daar zit mijn lief, pootjebadend in de bron van tijd. ik daal af tot naast hem. water kabbelt mijn sandaal in, mijn tenen om. mijn lief naast me. water zijn sandaal in, zijn tenen om. water dat licht en langzaam deint en fluisterend klotst. drie meter verder is geen water meer, is het verstild en verdampt tot iets tussen water en lucht. tien meter verder een transparant grijs, vraag me niet wat het is. honderd meter verder het zwerk.

een donkergrijs vlak vaart mijn gezichtsveld binnen. het zal een boot zijn, bedenk ik. en dan zie ik ook land, ergens. een dun reepje andersoortig grijs, middenin de hemel. middenin dat wat ik dacht de hemel te zijn. ik stel mijn beeld bij en begrijp iets van waar zee is en waar land en lucht. het vlak vaart mijn gezichtsveld weer uit, mijn tijdelijke helderheid verdwijnt.

het zuiden geeft niets, omhult zich in wazen. mijn lief zit naast me op dit eiland, samen op de rand van oneindigheid. oh, hier een hele dag zitten en poëzie schrijven.

tijd is hier, tijd is water.
tijd is nu, tijd wordt later.

 

bij zee van tijd waren we vóór en na de zee van tijdloosheid. een aanrader, als je eens op ameland bent. en mijn dank aan de onbekende menu-dichter voor 'tijd is nu, tijd wordt later'.
21 Jun '06 - 21:05 by , category met tekeningen

im karel appel


 
appel
 
 

1921 - 2006

en kleuren bloeden

04 Mei '06 - 23:56 by , category met tekeningen

zomer


 
zon
 
 

de eerste zomerdag. mijn lief moet werken maar ik lig op mijn buik, op de warme stenen van zijn terras. zon schijnt mijn hoofd vol blijheid. de thee (rooibos met
cranberry en hibiscus
) geurt naar vroeger. rozenbottels? limonade? ik draai me om. een wannabe wolkje, een eerste hommel. poes verkent de jungle met de tred van een sluipmoordenaar. nu en dan staat ze stil bij een polletje gras en geeft het een kopje. de rozen bloeien nog niet. wel zijn er kleine witte bloempjes, hier en daar een paardebloem en iets struikerigs met vele grote knoppen. ik weet dat ik vanavond de deur zal openen en dan staat mijn lief daar met zijn zoenen, en ik weet dat ik hier nog dagenlang ben. ik weet van de maanden vol zon die vandaag zijn aangevangen. ik weet ergens in zuidelijk frankrijk een huisje te staan met zwembad en bos in de achtertuin, dat wacht op september en ons.

het geluid van een bezem op steen, verderop een hond en iemand die timmert. de zon, de vacht van de poes, ik en alles is warm en ik vraag deze zomer om een mooie zomer te zijn, met geen andere schaduwen dan zij die verkoelen. de zon kijkt me aan. ik loop naar binnen en teken haar antwoord.

25 Apr '06 - 16:06 by , category met tekeningen

van de poes en de boze geest


 
 
schatje
 
 

de schonkige oude dame, ruim honderd jaren, komt bij me langs op bed en vertelt me dat het niet meer zo goed gaat met dat ademen. het is ruim voor de wekker. ze lijkt zowel op een hijgkwijlende hond als op een luchthappend visje. grote angstige ogen zeggen : moniiq, doe er wat aan! ik zeg: wat fijn dat je me gewekt hebt poes, ik ga er meteen wat aan doen!

schatjeopbed

ik houd haar goed vast want ik wil haar hartje binnenhouden. dat doet boem boem boing en sesam-open-u! en dat een paar keer per seconde. ik zeg: ga weg! boze geest. en na een uurtje wordt de boze geest een beetje moe. ik grijp mijn kans, bel de medicijnman en neem poes mee door de wildernis.

schatjeonderweg

de wind helpt mee en blaast naar de boze geest zo hard als-ie kan. zo hard dat ook 't frêle beestje zelf bijkans door de spijlen van haar mandje waait. ze weert zich kranig, en als ik eindelijk bij de medicijnman ben en het mandje open, zit ze er zowaar nog in.

schatjedokter

de medicijnman doet zijn medicijnding en poes doet haar ding: ik
wil hier weg!
ik doe mijn ding: nee je mag niet weg! even later kunnen we weg en weer blaast de wind. poes nog niet, want het medicijnding heeft even tijd nodig en wijselijk spaart ze haar lucht.

schatjeterug

thuis doe ik om de paar uur mijn plicht als waarnemend medicijnvrouw. na uren en uren raakt ze weer bezield en ze miauwt me een lange klaagzang. waarom krijg ik alleen écht lekker eten wanneer je pilletjes moet verstoppen? de grote ogen van de oude dame verwijten mij van alles. maar ze leeft! de tafel danst op haar af, de stoel wil haar omarmen, de geliefde belt aaitjes door en ik zing de poes dankjewel toe en terwijl ik tergend langzaam nog zo'n lekker mini-blikje opentrek vraag ik maak je me volgende keer wel wéér wakker? waarop ze miauwt dat het een lust is.

31 Mrt '06 - 02:25 by , category met tekeningen