valentijn [3/3]


 
 
samen
 
 

nog één stap... zegt de een.
nog duizend stappen... zegt de ander.
... tussen jou en mij, zegt de een.
... tussen mij en jou, zegt de ander.

de een neemt duizend stappen
en de ander zegt:
nu zijn het er nóg meer, nog tienduizend stappen!

de ander neemt één stap
en de een zegt:
een halve stap was al voldoende,
nu zie ik het.

toon tellegen

13 Feb '06 - 21:10 by , category poezie

valentijn [2/3]


 
 
lawine
 
 

ik ben alleen, zegt de een.

nee, ik ben alleen, zegt de ander,
jij hebt mij.

ik jou?? zegt de een
en draait zich, als door de bliksem getroffen, om,
kijkt in het rond,
knielt op de grond,
port met een stok
onder divans en kasten,
zoekt de ander,
roept de ander,
en denkt tenslotte,
in het klamme donker,
met zijn rug tegen de muur:

het is waar, ik heb jou.

toon tellegen

21:05 by , category poezie

valentijn [1/3]


 
 
koorddansers
 
 

ze trokken god aan zijn mouw:
'dat geschenk van je,
de liefde,
wat was daar je bedoeling van?'

het regende
en god verzonk in gepeins
(maar eerst rukte hij zich nog los,
hij hield niet van hun manieren)
en al peinzend
waadde hij door leven en door dood,
door waanzin en nalatigheid,
door waarheid en door angst,
zag hoe zij frunnikten aan elkaars jas
en daalde peinzend af
langs de smalle trap van hun rede -

'ik heb het geweten,' mompelde hij. 'ik hèb het geweten.'

toon tellegen

21:00 by , category poezie

2006


 

there are so many tictoc
clocks everywhere telling people
what toctic time it is for
tictic instance five toc minutes toc
past six tic

spring is not regulated and does
not get out of order nor do
its hands a little jerking move
over numbers slowly

we do not
wind it up it has no weights
springs wheels inside of
its slender self no indeed dear
nothing of the kind.

(so,when kiss spring comes
we'll kiss each kiss other on kiss the kiss
lips because tic clocks toc don't make
a toctic difference
to kisskiss you and to
kiss me)

                               e.e. cummings

 

maar ik ga niet tot de lente wachten: *zoen* <- gelukszoen voor 2006

04 Jan '06 - 19:47 by , category poezie

dierendicht


animals are passing from our lives

it's wonderful how i jog
on four honed-down ivory toes
my massive buttocks slipping
like oiled parts with each light step.

i'm to market. i can smell
the sour, grooved block, i can smell
the blade that opens the hole
and the pudgy white fingers

that shake out the intestines
like a hankie. in my dreams
the snouts drool on the marble,
suffering children, suffering flies,

suffering the consumers
who won't meet their steady eyes
for fear they could see. the boy
who drives me along believes

that any moment i'll fall
on my side and drum my toes
like a typewriter or squeal
and shit like a new housewife

discovering television,
or that I'll turn like a beast
cleverly to hook his teeth
with my teeth. no. not this pig.

04 Okt '05 - 20:45 by moniiq, category poezie

liggen in de zon



ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat op en om mij ligt.

ik lig hier duidelijk zeer duidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

23 Apr '05 - 22:32 by moniiq, category poezie

in ons leven tallozen [pessoa]



in ons leven tallozen;
ik weet niet, als ik denk
of voel, wie denkt of voelt.
ik ben de plaats slechts waar
gevoeld wordt of gedacht.

ik heb meer dan één ziel,
meer ikken dan ikzelf.
en niettemin besta ik
voor allen onverschillig.
hen maak ik stil; ik spreek.

de kruisgewijze impulsen
van wat ik voel of niet voel
twisten in wie ik ben.
ik ken hen niet. zij zwijgen
tot wie ik mij ken: ik schrijf.

ricardo reis (fernando pessoa)

_____________________________________________________
illustratie: forest for the trees - teri donovan springer

10 Mrt '05 - 22:18 by moniiq, category poezie

de hoeder van kudden (fragmenten)


V

er is metafysica genoeg in denken aan niets.

wat ik denk van de wereld?
weet ik veel wat ik van de wereld denk!
als ik ziek werd zou ik daaraan denken.

welk idee heb ik over de dingen?
welke mening heb ik omtrent oorzaak en gevolgen?
wat heb ik tot nu bespiegeld over god, de ziel,
over de schepping van de wereld?
ik weet niet. voor mij is daaraan denken de ogen sluiten
en niet denken. het is de gordijnen dichtdoen
van mijn raam (dat geen gordijnen heeft).

het mysterie der dingen? weet ik veel wat mysterie is!
het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie.
wie in de zon staat en de ogen sluit,
begint met niet te weten wat de zon is
en heel veel dingen te denken vol van warmte.
maar dan opent hij de ogen en hij ziet de zon,
en kan al nergens meer aan denken,
want het zonlicht is meer waard dan de gedachten
van alle filosofen en van alle dichters.
het zonlicht weet niet wat het doet
en daarom faalt het niet en is het gemeengoed en goed.

metafysica? welke metafysica hebben die bomen?
die van groen zijn en gekruind en takken hebben
en van vruchten geven op hun tijd, hetgeen ons niet doet denken,
ons, die niet bij machte zijn ze echt te zien.
maar welke metafysica is beter dan de hunne,
die is: niet weten waartoe ze leven
noch weten dat ze het niet weten?

'innerlijke constitutie der dingen'...
'innerlijke zin van het heelal'...
dat alles is onecht, dat alles wil niets zeggen.
het is ongelooflijk dat men denken kan aan dat soort dingen,
het is als denken aan redenen en doeleinden
wanneer het eerste ochtendlicht straalt, en langs de rand der bomen
een zacht en glanzend goud de duisternis verdrijft.

denken aan de innerlijke zin der dingen
is overtollig, zoals denken aan gezondheid
of als een glas water dragen naar het water van de bronnen.

de enige innerlijke zin der dingen
is dat ze geen enkele innerlijke zin hebben.

ik geloof niet in god omdat ik hem nooit heb gezien.
als hij zou willen dat ik in hem geloofde,
zou hij ongetwijfeld met mij komen praten
en mijn kamer binnenstappen
en mij zeggen: hier ben ik!

(dat klinkt misschien lachwekkend in de oren
van wie, niet wetende wat kijken naar de dingen is,
ook niet begrijpt degene die erover spreekt
op de manier van spreken die het waarlijk zien der dingen leert.)

maar als god de bloemen en de bomen is
en de bergen en zon en het maanlicht,
dan geloof ik in hem,
dan geloof ik in hem op ieder uur,
en mijn hele leven is één gebed en één mis,
en één communie met de ogen en door de oren.

maar als god de bomen en de bloemen is,
en de bergen en het maanlicht en de zon,
waarom dan noem ik hem god?
ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
want als hij, opdat ik hem zou zien,
zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
en maanlicht en zon en bloemen,
dan is het omdat hij wil dat ik hem ken
als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.

en daarom gehoorzaam ik hem,
(wat weet ik meer van god dan god van zichzelf?),
ik gehoorzaam hem door te leven, spontaan,
als wie de ogen openslaat en ziet,
en ik noem hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
en ik heb hem lief zonder aan hem te denken,
en ik denk mij hem door te zien en te horen,
en ik ga met hem op ieder uur.

XIV

ik geef niet om rijm. zelden
ziet men twee gelijke bomen naast elkaar.
ik denk en schrijf zoals bloemen kleur hebben
maar minder volmaakt in mijn uitdrukkingswijze
want mij ontbreekt de goddelijke eenvoud
van alleen mijn buitenkant te zijn.

ik kijk en ben bewogen,
ben bewogen zoals water stroomt wanneer de bodem helt,
en mijn poezie is zo natuurlijk als wanneer de wind gaat waaien...

XXIV

wat wij zien van de dingen zijn de dingen.
waarom zouden wij het één zien als er iets anders was?
waarom zouden zien en horen ons vergissen zijn
als zien en horen zien en horen zijn?

essentieel is kunnen zien,
kunnen zien zonder te denken,
kunnen zien wanneer men ziet,
en niet denken wanneer men ziet
noch zien wanneer men denkt.

maar dat (wee ons, met onze aangeklede zielen!),
dat vereist diepgaande studie,
eist een leerschool in verlering
en opsluiting in de vrijheid van dat klooster
waarvan dichters zeggen dat de sterren de eeuwige nonnen zijn
en de bloemen de overtuigde boetelingen van één dag,
maar waar uiteindelijk de sterren niets dan sterren zijn
en de bloemen niets dan bloemen,
reden waarom wij ze sterren en bloemen noemen.

XXVIII (fragment)

wat mij betreft, ik schrijf het proza van mijn verzen
en ik ben tevreden,
omdat ik weet dat ik de natuur begrijp aan de buitenkant;
en haar niet begrijp van binnen
want de natuur heeft geen binnen;
anders was zij geen natuur.

XXXII (fragment)

(god zij geprezen dat ik geen goed mens ben,
en het natuurlijk egoisme heb der bloemen
en van de rivieren die hun weg gaan,
bezig beide, zonder het te weten,
met niets dan bloeien en met blijven stromen.
dit is de enige opdracht in de wereld,
deze: duidelijk bestaan,
en dat te doen zonder eraan te denken.)

XXXIX

het mysterie der dingen, waar is dat?
waar is het, dat het zich niet laat zien
althans om te tonen dat het mysterie is?
wat weet de rivier hiervan en wat de boom?
en ik, die niet meer ben dan zij, wat weet ik ervan?
telkens als ik naar de dingen kijk en denk aan wat de mensen ervan denken,
lach ik zoals een koele bergbeek klatert over stenen.

want de enige verborgen zin der dingen
is dat ze geen enkele verborgen zin hebben.
het is vreemder dan alles wat vreemd is,
vreemder dan de dromen van alle dichters
en de gedachten van alle filosofen,
dat de dingen werkelijk zijn wat ze lijken te zijn
en dat er niets te begrijpen valt.

ja, dat hebben mijn zintuigen helemaal alleen geleerd:
de dingen hebben geen betekenis: ze bestaan.
de dingen zijn de enige verborgen zin der dingen.

XLVII

op een buitensporig duidelijke dag,
dag waarop men zin heeft veel gewerkt te hebben
om daarop juist niet te werken,
zag ik een glimp, gelijk een weg tussen de bomen,
van wat wellicht is het grote geheim,
dat grote mysterie waarvan de onechte dichters spreken.

ik zag dat er geen natuur is,
dat natuur niet bestaat,
dat er bergen zijn, valleien, vlakten,
dat er bomen zijn, bloemen en grassen,
dat er stenen zijn, rivieren,
maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort,
dat een ware, werkelijke samenhang
een ziekte van ons denken is.

de natuur bestaat uit delen zonder een geheel.
misschien is dit dat zogenaamd mysterie waar ze het over hebben.

dit was wat ik zonder denken of bij stilstaan
begreep dat de waarheid moest zijn, de waarheid
die allen uit vinden gaan zonder te vinden
en die ik alleen, omdat ik niet uit vinden ging, gevonden heb.

________________________
heus, ik heb gesnoeid bij het leven. maar korter dan dit kon toch echt niet.

05 Mrt '05 - 00:58 by moniiq, category poezie

vaderland's dicht



woorden groeien mee, met de jaren
worden ze zwaarder, ze raken
bemanteld met onderzees gewas,
mosselen, een stuk van een wrak,
wieren ijl als oud mensenhaar,
onrustige planthanden, verraad
van bovenglans, verdronken land,
algen dralend boven zwart zand.

daarom moet ik ze altijd vertalen,
loswrikken, ophalen, in ander water
overdoen, uitspoelen, afkrabben
en wachten wat in mijn handen
achterblijft: een bloem, een geraamte,
een onderaards antwoord van aarde,
een laatst geglinster, een begin van brand,
een glimp onderbelicht vaderland.

 
gabriel smit (1910-1981)
uit: op mijn woord (1968)

27 Jan '05 - 00:14 by moniiq, category poezie

een gedicht begint


een gedicht begint
't is januari een maandag
en koud
en kille meeuwen
scheren over het dak
over de bomen

ze gaan er
nooit in zitten

een meeuw zit niet
en nooit in een boom

bert schierbeek (1918-1996)

nee. meeuwen zitten altijd op die witte rand van dat dak, naast dat torentje. zomer en winter. ze zitten ook wel eens op mijn dak. niet dat ik dat zie, maar soms stort er zich een van het dak naar benee. dan lijkt-i vlak achter het scherm van de imac te suizen en daar schrik ik nog steeds een beetje van.

wat een rare foto is dat trouwens, zo'n perspectief heb ik nooit op dat gebouw. als ik op de grond zit (met mijn rug tegen de bank, zo zit ik graag) zie ik dat hele bruine gebouw niet. als ik niet op de grond zit zie ik wel wat baksteen, maar dan van bovenaf. vanuit welke positie ook, ik ken dit als een overwegend grijs gebouw. vervreemdend om te zien hoe het dak er vanaf de grond uitziet. want dat dak domineert mijn uitzicht, dat dak en het zwerk.

heel veel lucht zie ik, als een zee boven de stad. en in die lucht een grijze leistenen berg, een grijze ijsberg, met een charmant torentje. en veel meeuwen en een enkele reiger.

17 Jan '05 - 23:44 by moniiq, category poezie

iets te vroeg


maar m'n blog heeft inmiddels 23 uur en 22 minuten op giro 555 gestaan en dat moet maar even genoeg zijn. nog even tijd voor iets anders vandaag, helaas even actueel. en nog 1x in de vorm van e.e. cummings. een kortere, makkelijkere en ook veel bekendere cummings.

"next to of course god america i
love you land of the pilgrims' and so forth oh
say can you see by the dawn's early my
country 'tis of centuries come and go
and are no more what of it we should worry
in every language even deafanddumb
thy sons acclaim thy glorious name by gorry
by jingo by gee by gosh by gum
why talk of beauty what could be more beaut-
iful than these heroic happy dead
who rushed like lions to the roaring slaughter
they did not stop to think they died instead
then shall the voice of liberty be mute?"

he spoke. and drank rapidly a glass of water

e.e. cummings

06 Jan '05 - 23:23 by moniiq, category poezie

vooruit, nog een goede wens (in kadoverpakking)


my father moved through dooms of love
through sames of am through haves of give,
singing each morning out of each night
my father moved through depths of height

this motionless forgetful where
turned at his glance to shining here;
that if (so timid air is firm)
under his eyes would stir and squirm

newly as from unburied which
floats the first who, his april touch
drove sleeping selves to swarm their fates
woke dreamers to their ghostly roots

and should some why completely weep
my father's fingers brought her sleep:
vainly no smallest voice might cry
for he could feel the mountains grow.

lifting the valleys of the sea
my father moved through griefs of joy;
praising a forehead he called the moon
singing desire into begin

joy was his song and joy so pure
a heart of star by him could steer
and pure so now and now so yes
the wrists of twilight would rejoice

keen as midsummer's keen beyond
conceiving mind of sun will stand,
so strictly (over utmost him
so hugely) stood my father's dream

his flesh was flesh his blood was blood:
no hungry man but wished him food;
no cripple wouldn't creep one mile
uphill to only see him smile.

scorning the pomp of must and shall
my father moved through dooms of feel;
his anger was as right as rain
his pity was as green as grain

septembering arms of year extend
less humbly wealth to foe and friend
than he to foolish and to wise
offered immeasurable is

proudly and (by octobering flame
beckoned) as earth will downward climb,
so naked for immortal work
his shoulders marched against the dark

his sorrow was as true as bread:
no liar looked him in the head;
if every friend became his foe
he'd laugh and build a world with snow.

my father moved through theys of we,
singing each new leaf out of each tree
(and every child was sure that spring
danced when she heard my father sing)

then let men kill which cannot share,
let blood and flesh be mud and mire,
scheming imagine, passion willed,
freedom a drug that's bought and sold

giving to steal and cruel kind,
a heart to fear, to doubt a mind,
to differ a disease of same,
conform the pinnacle of am

though dull were all we taste as bright,
bitter all utterly things sweet,
maggoty minus and dumb death
all we inherit, all bequeath

and nothing quite so least as truth
-i say though hate were why man breathe-
because my father lived his soul
love is the whole and more than all

e.e. cummings

05 Jan '05 - 00:51 by moniiq, category poezie

dicht voor een nieuwe dag


op een buitensporig duidelijke dag,
dag waarop men zin heeft veel gewerkt te hebben
om daarop juist niet te werken,
zag ik een glimp, gelijk een weg tussen de bomen,
van wat wellicht is het Grote Geheim,
dat Grote Mysterie waarvan de onechte dichters spreken.

ik zag dat er geen Natuur is,
dat Natuur niet bestaat,
dat er bergen zijn, valleien, vlakten,
dat er bomen zijn, bloemen en grassen,
dat er stenen zijn, rivieren,
maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort,
dat een ware, werkelijke samenhang
een ziekte van ons denken is.

de Natuur bestaat uit delen zonder een geheel.
misschien is dit dat zogenaamd mysterie waar ze het over hebben.

dit was wat ik zonder denken of bij stilstaan
begreep dat de waarheid moest zijn, de waarheid
die allen uit vinden gaan zonder te vinden
en die ik alleen, omdat ik niet uit vinden ging, gevonden heb.

ik wens je vele mooie & buitensporig duidelijke dagen toe, wat mij betreft meer dan 365.

01 Jan '05 - 19:23 by moniiq, category poezie

nog meer licht


het licht is rond en rolt naar alle kanten
de bergen op en af, de dalen door,
de wezens in en uit en langs de planten
stijgt het de boomen in en gaat het alles voor.
waarheen? ik vraag dat niet, ik kom, ik ga,
omdat mijn handen en mijn voeten,
mijn oogen en mijn hart zoo moeten
en ik het licht nu eenmaal zoo versta.

pierre kemp

22 Dec '04 - 00:04 by moniiq, category poezie

anyone lived in a pretty how town


 

anyone lived in a pretty how town
(with up so floating many bells down)
spring summer autumn winter
he sang his didn't he danced his did.

women and men (both little and small)
cared for anyone not at all
they sowed their isn't they reaped their same
sun moon stars rain

children guessed (but only a few
and down they forgot as up they grew
autumn winter spring summer)
that noone loved him more by more

when by now and tree by leaf
she laughed his joy she cried his grief
bird by snow and stir by still
anyone's any was all to her

someones married their everyones
laughed their cryings and did their dance
(sleep wake hope and then) they
said their nevers they slept their dream

stars rain sun moon
(and only the snow can begin to explain
how children are apt to forget to remember
with up so floating many bells down)

one day anyone died i guess
(and noone stooped to kiss his face)
busy folk buried them side by side
little by little and was by was

all by all and deep by deep
and more by more they dream their sleep
noone and anyone earth by april
wish by spirit and if by yes.

women and men (both dong and ding)
summer autumn winter spring
reaped their sowing and went their came
sun moon stars rain

e.e. cummings

19 Nov '04 - 20:57 by moniiq, category poezie

a ritual to read to each other


 

If you don't know the kind of person I am
and I don't know the kind of person you are
a pattern that others made may prevail in the world
and following the wrong god home we may miss our star.

For there is many a small betrayal in the mind,
a shrug that lets the fragile sequence break
sending with shouts the horrible errors of childhood
storming out to play through the broken dyke.

And as elephants parade holding each elephant's tail,
but if one wanders the circus won't find the park,
I call it cruel and maybe the root of all cruelty
to know what occurs but not recognize the fact.

And so I appeal to a voice, to something shadowy,
a remote important region in all who talk:
though we could fool each other, we should consider—
lest the parade of our mutual life get lost in the dark.

For it is important that awake people be awake,
or a breaking line may discourage them back to sleep;
the signals we give—yes or no, or maybe—
should be clear: the darkness around us is deep.

 

William Stafford

05 Nov '04 - 23:41 by moniiq, category poezie